De lendenwervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervels boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervels kan worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, enzovoort.
De prothese
In tegenstelling tot een fusie (een rugoperatie waarbij wervels aan elkaar worden vastgemaakt met de bedoeling dat deze wervels nadien definitief aan elkaar vastgroeien) is het de bedoeling om een zieke tussenwervelschijf uit te schakelen zonder de beweeglijkheid te verliezen. Het doel van deze ingreep staat dus lijnrecht tegenover het doel van een fusie. Patiënten die met een prothese kunnen geholpen worden, hebben meestal ook totaal andere klachten dan mensen die voor een fusie in aanmerking komen.
Ook in tegenstelling tot een fusie is het aantal indicaties hiervoor zeer beperkt:
- slijtage aan de tussenwervelschijf met intacte gewrichtjes achteraan
- centrale discushernia in combinatie met belangrijke slijtage van de tussenwervelschijf
Om de diagnose te verfijnen zal je arts verschillende onderzoeken aanvragen en verschillende soorten infiltraties laten toedienen om zeker te zijn dat de zieke tussenwervelschijf de enige oorzaak van je rugpijn is. Eventueel wordt ook een discografie verricht. Dit is een inspuiting in de zieke tussenwervelschijf waarbij de rugpijn kan opgewekt worden. Dit is de ultieme test om het oorzakelijk verband tussen een zieke tussenwervelschijf en je rugpijn te bewijzen.
Voorbereiding op de operatie
De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico’s. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen. Een aantal technische onderzoeken zoals een bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn. Alle ingenomen medicatie moet op voorhand worden vermeld, omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving. Bloedverdunners moeten in principe gestopt worden vóór een rugoperatie. De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden vóór de ingreep met de anesthesist besproken.
Ingreep
Voor het plaatsen van een prothese zal de chirurg de wervelzuil steeds langs de voorzijde benaderen, dat wil zeggen langs de buik, met de patiënt in ruglig. De arts zal dan de lendenwervels bereiken door een toegangsweg tussen de buikspieren. De tussenwervelschijf in kwestie (en eventueel de hernia) wordt verwijderd. In de lege ruimte wordt de prothese geplaatst, waardoor de wervels terug op de oorspronkelijke hoogte gebracht worden. De prothese bestaat uit 2 of 3 componenten, al naargelang het type. Bespreek dit met je arts. De prothesecomponenten zullen vastgroeien in de aanpalende wervels; er wordt dus niet met cement gewerkt. De buikholte wordt gesloten met achterlaten van een zuigbuisje voor het afvoeren van bloed.
Na de operatie
- Na 1 à 2 uur in de ontwaakzaal gaat de patiënt terug naar zijn kamer op de hospitalisatieafdeling van Orthopedie.
- In het begin zal een infuus noodzakelijk zijn, evenals een blaassonde om de urine af te voeren.
- Na de operatie zal vooral rug- en buikpijn optreden waarvoor pijnstillers worden toegediend. De eerste 24u kan ook misselijkheid optreden en kan geen normale maaltijd genomen worden door vertraging van de normale darmbeweging.
- De patiënt zal de eerste dag na de operatie rechtzitten en korte afstanden stappen, nadat de urinesonde en het buisje uit de operatiewonde werden verwijderd.
- Wanneer na de operatie de patiënt in staat is een volledige gang in het ziekenhuis op en af te stappen en een trap te bestijgen/af te dalen, mag hij/zij naar huis (meestal is dit na 2 tot 3 dagen).
De eerste 6 weken na de ingreep zal de activiteit strikt beperkt worden. Het zal de patiënt tijdens die eerste drie maanden verboden zijn een voorovergebogen staande houding aan te nemen en voorwerpen onder het niveau van de gordel op te rapen. Dit houdt in dat de meeste dagelijkse bezigheden onmogelijk zijn. Na deze periode zal geleidelijk aan het activiteitsniveau worden verhoogd. Meestal is na een viertal maanden een volledig normale activiteit toegestaan. Het is daarbij normaal dat de eerste weken tot maanden af en toe een pijnstiller nodig is.
De meeste mensen worden volledig klachtenvrij, maar sommigen behouden een gewoonlijk goed verdraagbare ruglast (snellere vermoeidheid, last bij extreme bewegingen, last bij tillen van zware voorwerpen). In ieder geval zal de rug levenslang moeten beschermd worden tegen slijtage van de aanpalende segmenten, door het zo goed mogelijk onderhouden van de rompspieren. Het is belangrijk dat ook na de rugoperatie het meest rugbelastende werk wordt vermeden, zelfs wanneer de operatie perfect geslaagd is.
Opvolging na de operatie
Na de ingreep zal je door jouw huisarts en door je specialist gevolgd worden. Een controleraadpleging bij de specialist wordt meestal voorzien na 6 weken, na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar. Telkens zal men een nieuwe radiografie nemen om de positie en de beweeglijkheid van de prothese te beoordelen.
Mogelijke verwikkelingen
Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico’s en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico’s tot een minimum te herleiden.
- Infectie
Zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken. Indien de infectie zich in de diepte (ter hoogte van de wervels) bevindt zal bijna zeker het aaneengroeien van de wervels grondig worden verstoord. Er is dan meestal een tweede ingreep en een langdurig verblijf (enkele weken tot meerdere maanden) in het ziekenhuis nodig. Een meer oppervlakkige infectie kan wondproblemen met zich meebrengen, maar dit kan op enkele dagen tot weken opgelost worden. Om een infectie zo veel mogelijk te voorkomen krijgt nagenoeg iedere patiënt de eerste dag van de ingreep antibiotica via een infuus (een baxter). - Tijdelijke zenuwuitval
De distractie tussen de wervels tijdens het plaatsen van de prothese kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg gevoelsstoornissen en/of een verminderde kracht in de benen. Deze zenuwuitval kan enkele dagen tot meerdere maanden duren. - Nabloeding
Soms treedt er een nabloeding op. In dit geval kan het bloed zich in de wonde opstapelen en een druk op het ruggenmerg of de ingewanden veroorzaken. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken. Meestal treedt deze verwikkeling op de eerste 24u. Hierdoor kan je verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, maar het verloop van je herstel zal onveranderd blijven. - Algemene verwikkelingen
Door een langere periode van bedrust kan zich een klonter vormen in een ader van het been waardoor de ader kan ontsteken en verstoppen. Men spreekt dan van flebitis (aderontsteking). Om dit te voorkomen zal de verpleging je stimuleren zo snel mogelijk na de ingreep uit je bed te komen. De verpleging zal je ook onderhuidse spuitjes geven in de buik en je compressiekousen laten aantrekken.