Tijdens het eigenlijke slaaponderzoek worden meerdere signalen continu gevolgd:
- de hersenactiviteit, de oogbewegingen en de kinspieractiviteit: er wordt nagegaan in welke fase van de slaap je je bevindt, of je wakker bent
- de luchtstroom door de neus: wanneer deze afwezig is, spreekt met van een apneu of ademhalingsstilstand
- onwillekeurige beenbewegingen: deze kunnen aanleiding geven tot korte ontwaakepisodes en vermoeidheid overdag
- bewegingen van de borstkas en de buik: leert ons meer over het type apneu
- zuurstofgehalte in het bloed: daalt bij een apneu of ademhalingsstilstand
- hartritme
- snurkgeluiden of andere geluiden
Al deze onderzoeken zijn pijnloos. Aan de hand van de resultaten wordt nagegaan of er een slaapstoornis aanwezig is.