Algemene tips
- Drink voldoende (1,5 liter per dag). In het begin zal een rietje noodzakelijk zijn.
- Eet regelmatig kleinere maaltijden. Op deze manier neem je meer volume en energie op.
- Breng voldoende variatie in kleur en smaak (hartig en zoet) in je voeding.
- Voeg extra energie toe aan je gerechten door er suiker, room, vetstof, saus of bouillon in te verwerken.
- Wanneer voedselinname echt te moeilijk is, zijn er bij de apotheek allerlei soorten bij- en vervangvoedingen beschikbaar (bijvoorbeeld ‘Fortimel’).
- Het is handig een staafmixer, keukenrobot of blender in huis te hebben.
Aangepaste voeding
De verschillende fasen op een rijtje. Hieronder vind je allerlei tips per fase.
1. Vloeibare voeding: kauwen is niet nodig en de voeding is heel gemakkelijk en vlug weg te slikken.
2. Gemixte voeding
3. Malse voeding die gemakkelijk te kauwen is. Vermijd harde stukken.
4. Vaste voeding
Fase 1: koud vloeibare voeding gedurende 7 dagen (week 1)
De boven- en onderkaak worden tijdens de operatie gedurende 1 week gefixeerd met elastiekjes. Hierdoor is kauwen onmogelijk en is vloeibare voeding noodzakelijk. We raden aan om koude producten te drinken. Dit geeft een aangenaam gevoel, heeft een positieve invloed op de bloedstolling en helpt om de zwelling te beperken.
- Pap en pudding kunnen op smaak gebracht worden door bijvoorbeeld karamelsaus, vruchtensaus, confituur, bessensap, kaneel, speculaas, petit beurre, bruine suiker, siroop, honing, … toe te voegen.
- Om pap en pudding smeuïger te maken, kan bijvoorbeeld room, boter of een eierdooier toegevoegd worden.
- De gewenste dikte kan verkregen worden door de hoeveelheid melk aan te passen.
- Als variatie op koude drank kan je grenadine of andere siroop toevoegen aan water. Ook sportdranken zijn geschikt om te drinken.
Koud vloeibare voeding
- dunne, lopende pap op basis van volle melk
- milkshake op basis van roomijs, volle melk of room en smaak naar keuze
- smoothie op basis van fruit of vruchtensap en volle yoghurt of room
- volle drinkyoghurt
- gemixte koude soep, koude bouillon (Oxo) of groentesappen
- gesmolten roomijs en sorbet
- vruchtensap bijvoorbeeld appelsap, druivensap, …
- melk met smaak: aardbeiensmaak, bosvruchten, chocomelk, ...
- sojadrinks
- frappuccino (koude koffie met melk)
- ijsthee
- frisdrank, eventueel zonder bruis of de bruis er uit laten
Fase 2: Gemixte voeding (week 2-3-4)
In deze fase kan je al iets makkelijker de mond openen en kan de vloeibare voeding aangevuld worden met zeer zachte voeding. Kauwen is nog moeilijk en wordt best vermeden. Een gemakkelijke regel om te volgen is: ‘Alles wat je met de tong tegen het verhemelte kan platdrukken zonder bijten, is toegelaten.’
- Vlees kan je ook vervangen door vis, ei en volle melkproducten.
- Kies je voor vis? Pas op met graten!
- Gebruik steeds veel saus.
Gemalen voeding
- broodmix op basis van brood, vloeistof en beleg
- fruitpap
- volle melkproducten: pudding, yoghurt, granenpap op basis van koekjesmeel of granenmeel, vloeistof en smaakstof
- mix vlees/vis/ei/… met voldoende boter, braadvet, bouillon, saus of room.
- Meng dit eventueel met gemixte aardappelen, deegwaren of groenten.
- mousseline of diepvriespuree
- gemixte pasta met saus
- gemixte frieten met saus
- kant-en-klare babyvoeding, voeg hier steeds enkele eetlepels vetstof aan toe en breng op smaak met behulp van kruiden.
- smeerkaas, kruidenkaas, blokjes paté, choco, confituur, honing, …
- als tussendoortje, niet als broodbeleg
- fruitmoes
- mousse met fruitsmaak, chocomousse, tiramisu zonder koekje, ...
Fase 3: malse voeding (= week 5 & 6)
Als het kauwen al min of meer lukt, mag je de voeding aanvullen met wat zachtere voedingsmiddelen.
Malse voeding
Brood
- brood, suikerbrood, rozijnenbrood, …
- sandwich, zachte pistolet
- ontbijtkoeken (croissant, chocoladebroodje, brioche, …)
- ontbijtgranen met volle melk, yoghurt of platte kaas
- broodpudding
- wentelteefjes / verloren brood
- pannenkoek
- peperkoek
- wrap of tortilla
- (warme) wafel met slagroom en suiker
Beleg
- confituur, choco, honing, speculaaspasta, siroop
- volle platte kaas (met suiker, fruit of kruiden)
- fruitmoes (appelmoes, perenmoes, …)
- (geplette/ verwarmde) banaan
- fruitconserven
- chocokaas, speculaas, peperkoek, hagelslag
- kaas, smeerkaas, geraspte kaas
- zachte kazen zoals roomkaas, kruidenkaas, zachte geitenkaas en smeltkaas
- zachte charcuterie: salami, broodworst, ham, kippenwit, paté, TV-worstjes, varkenskop, …
- ei-bereidingen
- slaatjes zoals kip curry, zalmsalade, vleessalade, kip hawaï, …
- visconserven
Vlees
- mals vlees: gevogelte, gehakt, hamburger, worst, pens, …
- stoofschotels: koninginnenhapje, stoofvlees, goulash, hutsepot, …
- vis (zowel magere als vette):
- vette vissoorten zoals zalm, makreel, forel, haring, sardine, ansjovis, sprot, …
- visconserven met olie of saus
- eieren: gekookt, roerei, omelet, pannenkoek, …
- quiche (hartige taart; kant- en klaar, zelfbereid, traiteur)
- vleesvervangers: quorn, tofu, seitan, tempé, groenteburger, vegetarische worst, ...
Tussendoor/dessert
- koeken, snoeprepen, chocolade, …
- fruit
- patisserie, gebak, taart, koekjestaart, …
- zoute koekjes, aperitiefhapjes, …
- gefrituurde hapjes
- kaasblokjes, salamiblokjes, …
- toastje met smeerbaar beleg
- open belegde sandwich
Fase 4: vaste voeding (vanaf week 6)
Na 6 weken zijn de kaken in principe voldoende hersteld en kan je de gewone voeding opnieuw hervatten. Let nog wel op met zeer harde voeding zoals harde nootjes, stokbrood of taai vlees.
Meer info over gezonde voeding kan je terugvinden via ‘Gezond Leven’. Je kan ook terecht bij één van de diëtisten.