De gezonde longen
Via onze luchtwegen komt er bij iedere ademhaling lucht in de longen. De luchtwegen worden smaller en smaller zoals de takken van een boom. Aan het einde van elke kleine tak zijn er vele longblaasjes, zoals kleine ballonnen. Deze longblaasjes staan in voor de normale gasuitwisseling. Zuurstof wordt uit de ingeademde lucht opgenomen en afgegeven aan het bloed, zodat het hart zuurstofrijk bloed in heel het lichaam kan rondpompen. Koolstofdioxide wordt uit het bloed gehaald en verlaat het lichaam via de uitgeademde lucht. Bij gezonde mensen zijn alle luchtwegen zuiver en open. Elk longblaasje wordt opgevuld met lucht. Op die manier verloopt de gasuitwisseling optimaal.
Wat is COPD?
Deze term is de afkorting van "Chronic Obstructive Pulmonary Disease”.
- Het woord ‘chronic’ betekent dat de aandoening blijvend is.
- Het woord ‘obstructive’ betekent ‘gedeeltelijk geblokkeerd/ vernauwd’.
- Het woord ‘pulmonary’ betekent ‘in de longen’.
- Het woord ‘disease’ betekent ‘ziekte’.
COPD is een ziekte waarbij zowel de luchtwegen als de longblaasjes getroffen worden. Bij COPD raken vooral de kleine vertakkingen van de luchtwegen door een voortdurende ontsteking blijvend beschadigd. De openingen van de luchtwegen zijn hierdoor vernauwd.
De luchtwegen
- De wanden van de luchtwegen zwellen op en worden dikker.
- De luchtwegen worden samengeperst door de spiertjes die er rond liggen.
- Er treedt een overproductie van slijm op.
De longblaasjes (emfyseem)
Door de voortdurende ontsteking en de schadelijke effecten van het roken wordt de wand van de longblaasjes afgebroken. In plaats van zeer veel kleine blaasjes (= gezonde situatie) heeft men nu veel minder, maar grotere longblazen (= emfyseem). De totale oppervlakte voor de gasuitwisseling wordt hierdoor in belangrijke mate verminderd.
Symptomen
Door de problemen met de luchtwegen en het verlies van longblaasjes krijg je last van:
- hoesten
- opgeven van slijm
Het ademen gaat vaak gepaard met piepen en brommen. Je wordt sneller kortademig en moe, vooral bij inspanning zoals bijvoorbeeld traplopen. Verkoudheid, griep en andere luchtweginfecties geven bij jou meer klachten en gaan minder snel over. Bij mensen met COPD gaat de lichaamsconditie achteruit. Bij de één geleidelijk, bij de ander zeer snel. Sommigen kunnen daarbij ernstig afvallen. Hun spieren worden steeds slapper en dunner. Een klein eindje lopen kost dan al heel veel inspanning.
Wat is de oorzaak van COPD?
COPD is niet besmettelijk: het is onmogelijk om COPD van iemand anders te krijgen. Veruit de meeste mensen met COPD zijn rokers of ex-rokers. Elke vorm van actief of passief roken kan COPD veroorzaken. De meeste mensen met COPD zijn 40 jaar of ouder. Toch is er ook een kleine minderheid patiënten die niet gerookt hebben. Bij hen spelen mogelijk erfelijke aanleg, luchtverontreiniging, meeroken en blootstelling aan stoffen op het werk een rol. Wanneer COPD wordt vastgesteld bij patiënten jonger dan 40 jaar moet een erfelijke vorm van emfyseem worden uitgesloten.
Hoe wordt COPD aangetoond?
Alleen een arts kan vaststellen of je COPD hebt en zal je daarom vragen stellen over onder meer:
- hoe lang je hebt gerookt
- hoeveel je hebt gerookt
- welk werk je doet/deed
- de aard van de klachten (hoesten, kortademigheid, piepen)
- het verloop en de ernst van de klachten
- de omstandigheden en andere prikkels waardoor iemand kortademig wordt, zoals tabaksrook, kou of mist.
Longfunctietest
Er zal ook steeds een longfunctietest plaatsvinden. Deze test is een blaastest uitgevoerd met een spirometer. De blaastest meet de toestand van je longen en helpt de arts om te bepalen of je COPD hebt en in welke mate. Je blaast drie maal om betrouwbare gegevens te verkrijgen. Bij COPD wordt een vernauwing van de luchtwegen vastgesteld. Het gemak waarmee de longen zuurstof opnemen, wordt ook nagegaan; deze test is afwijkend bij emfyseem.
Bloedgaswaarden
Bij een belangrijke graad van luchtwegvernauwing wordt ook beslist om het zuurstofgehalte in het slagaderlijk bloed te bepalen. Dit gebeurt via een prik in de slagader van de pols.
Röntgenfoto en/of scanner van de longen
Bij verder gevorderde COPD zijn de aantasting van de luchtwegen en het verlies van longblaasjes ook hier waarneembaar.
Wat zijn de gevolgen van COPD?
Lichamelijk
Veel mensen zijn zich niet bewust van hun ziekte. Dit komt door het feit dat het ziekteproces sluipend verloopt waardoor patiënten hun levensstijl ongemerkt aanpassen aan hun klachten. Hierdoor komen de patiënten soms pas bij de arts wanneer de ziekte al vrij ver gevorderd is.
Bij mensen met COPD zijn de longen beschadigd, met kortademigheid en vermoeidheid als gevolg. In het begin treedt kortademigheid alleen op bij zware lichamelijke inspanning, zoals hardlopen, tegen de wind in fietsen of zwaar lichamelijk werk. Na verloop van jaren krijgen ze geleidelijk moeite met ademhalen bij bijvoorbeeld traplopen of stevig wandelen. Met name het uitademen kan dan moeilijk zijn. In de verdere evolutie van de aandoening treedt kortademigheid op bij de geringste activiteiten als wassen, aankleden, eten en uiteindelijk zelfs in rust.
Bij ernstig COPD moet het hart flink werken om het lichaam van zuurstof te voorzien. Soms wordt dat te zwaar voor het hart waardoor er vocht ontstaat rond de longen en in de onderbenen. Dit leidt tot nog meer kortademigheid.
COPD is een chronische ziekte en eenmaal de schade is aangericht, is deze grotendeels onomkeerbaar. Daarom zijn een correcte behandeling en vooral het stoppen met roken, in een vroeg stadium, essentieel.
Omgaan met beperkingen
Kortademigheid kan beangstigend zijn en een rem vormen op je sociaal leven. Toch is het van groot belang om voldoende sociale contacten te blijven onderhouden en regelmatig sociale activiteiten te ondernemen.
Ernstig COPD kan heel wat beperkingen meebrengen in het dagelijks leven. Dit veroorzaakt soms onzekerheid rond toekomstperspectieven en zingeving. Het verliezen van bepaalde mogelijkheden kan gevoelens van neerslachtigheid en angst veroorzaken.
Een goede inschatting van je individuele mogelijkheden en beperkingen laat echter zeker toe jouw levenskwaliteit te optimaliseren. Hierover praten met je naaste omgeving, je arts en andere hulpverleners, is belangrijk om te voorkomen dat je je geïsoleerd gaat voelen. Ook contact met lotgenoten kan hierbij verrijkend zijn. Zo is er bijvoorbeeld de patiëntenvereniging “COPD VZW” die regelmatig tal van aangepaste initiatieven organiseert.
Bij sommige activiteiten moeten jouw naasten rekening houden met jouw beperkingen. Hoestklachten of kortademigheid kunnen je belemmeren in je werk of vrijetijdsbesteding. Onbegrip hieromtrent kan aanleiding geven tot misverstanden. Mensen zien immers niet altijd dat iemand aan COPD lijdt. Je naasten kunnen je maar optimaal ondersteunen als ze voldoende geïnformeerd zijn over jouw problematiek.
Thuiszorgdiensten
Wanneer sommige dagelijkse activiteiten (zich wassen, poetsen, koken, …) teveel inspanning vergen, kan het aangewezen zijn om (tijdelijk of permanent) thuiszorgdiensten in te schakelen. Ook voor jouw partner kan dit een belangrijke ontlasting betekenen. Niet enkel thuisverpleging maar ook huishoudelijke hulp is immers mogelijk. Je kan dit laatste onder andere aanvragen via je plaatselijk OCMW, je mutualiteit of via de dienstenchequeregeling.
Indien je hierover verdere informatie wenst of vragen hebt rond specifieke hulpmiddelen en financiële tegemoetkomingen, kan je een afspraak maken met de sociale dienst van ons ziekenhuis via de hoofdverpleegkundige.
De behandeling van COPD
1. Stoppen met roken
Bij de behandeling van COPD is het essentieel om onmiddellijk en volledig te stoppen met roken. Door roken gaat de longfunctie bij COPD sneller achteruit in vergelijking met iemand die niet rookt. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat stoppen met roken eigenlijk de enige interventie is die de verdere achteruitgang van de longfunctie tegengaat. Voor dit effect is het nooit te laat om te stoppen met roken.
Bij het stoppen met roken zijn vooral de persoonlijke motivatie en wilskracht bepalend voor je slaagkansen. Daarnaast bestaan er tal van hulpmiddelen, tips en technieken die je kunnen ondersteunen. Praat hierover met je (huis)arts. Die kan je helpen om samen de voor jou meest geschikte methode te kiezen. Naast medicatie (nicotinevervangende producten en bepaalde psychofarmaca) kan je ook kiezen voor psychosociale begeleiding, individueel of in groepsverband.
In ons ziekenhuis zijn ook tabakologen, professionele rookstopbegeleiders, actief. Zij kunnen je helpen om een rookstoppoging vol te houden. Een tabakoloog begeleidt je op een deskundige manier tijdens het rookstopproces. Een tabakoloog kijkt naar je specifieke situatie en mogelijkheden: wat motiveert je om te stoppen? Heb je al een stoppoging achter de rug? Wat ging toen goed? Wat ging minder goed? Op basis van je noden krijg je een begeleiding op maat.
Een afspraak bij de tabakoloog kan je maken via de hoofdverpleegkundige of via het afsprakenbureau (052 25 25 05).
Voor uitgebreide informatie kan je onder meer terecht bij onderstaande organisaties:
- Op de website van Stichting tegen Kanker vind je de organisatoren van rookstopcursussen. Voor de provincie Oost-Vlaanderen is dit VRGT te Gent. 8
- De tabakstoplijn, bereikbaar op het gratis nummer 0800/111 00, lanceert ook een internettoepassing, de rookstopcoach. De rookstopcoach is een interactieve en geïndividualiseerde website die de roker helpt bij het stoppen met roken door de rookgewoonte en de rookgedachten aan te pakken en door zijn motivatie te versterken. De roker kan via de site de nodige begeleiding vragen om te stoppen met roken.
2. Geneesmiddelen
In de eerste plaats zijn er geneesmiddelen die de kortademigheid verlichten door de spiertjes rondom de luchtwegen te laten ontspannen. Dit zijn de zogenaamde luchtwegverwijders. Deze bestaan in kortwerkende (te gebruiken bij acute ademnood) en langwerkende (dagelijks te gebruiken als onderhoudsbehandeling) vorm. Als deze onvoldoende helpen, kan het nodig zijn medicijnen toe te voegen die het ontstekingsproces tegen gaan: de zogenaamde ontstekingsremmers.
De meeste van deze geneesmiddelen worden geïnhaleerd via puffers. Hierdoor komen ze direct in de longen en kunnen de hoeveelheden zo laag mogelijk blijven. Tegenwoordig zijn er inhalatieapparaatjes waarmee een combinatie van een ontstekingsremmer en een luchtwegverwijder kan worden geïnhaleerd. De meeste geneesmiddelen moeten langdurig en elke dag worden genomen, ook wanneer het beter gaat. Een correcte inhalatietechniek is hierbij van het allergrootste belang. Bij een COPD-opstoot, is het ook mogelijk dat je tijdelijk cortisone en/of antibiotica voorgeschreven krijgt.
3. Chronische zuurstoftherapie
Zuurstoftherapie is in verschillende opzichten zinvol bij COPD. Ze kan nuttig zijn op lange termijn en zowel permanent toegediend worden (bij chronische ademhalingsinsufficiëntie) als tijdelijk (tijdens inspanningen).
Wanneer moet je langdurige zuurstoftherapie krijgen?
Zuurstoftherapie in kleine dosis (1 tot 2 liter per minuut, gedurende meer dan 15 uur per dag) wordt bij chronische ademhalingsinsufficiëntie aangemoedigd om twee redenen: ze verlengt de levensduur van de patiënt en verhoogt zijn comfort. Deze langdurige zuurstoftherapie thuis is vooral bestemd voor zware COPD-patiënten, wat betekent:
- dat ze permanent aan hypoxemie lijden (te weinig zuurstof in het bloed)
- dat ze te weinig baat hebben bij de andere behandelingen
- dat zuurstoftoediening helpt, wat blijkt uit de bloedanalyses
- dat ze stoppen met roken
Langdurige zuurstoftherapie thuis vermindert arteriële longhypertensie (de belangrijkste oorzaak van hartfalen) en polyglobulie (te veel rode bloedcellen).
Hoe wordt deze therapie concreet toegepast?
De zuurstof kan meestal toegediend worden met een neusbril, in zeldzame gevallen met een neussonde of een masker.
In welke vorm kan zuurstof toegediend worden?
- met een zuurstoffles
Deze flessen bevatten zuurstof in gasvorm en kunnen 400 tot 3.000 liter bevatten. Aan de uitgang van de fles bevindt zich een gasdrukregelaar (reduceerventiel) die de druk in de fles vermindert. Bij een debiet van 2 liter per minuut bedraagt de autonomie van een fles van 1 m³ (9 kg) acht uur. Bij een minifles van 0,4 m³ (een goeie 3 kg) is dat nog slechts drie uur. Deze miniflessen bieden het voordeel dat de patiënt niet thuis hoeft te blijven, maar ze nemen wel veel plaats in en hebben een geringe autonomie. - met een zuurstofconcentrator
Een vaste zuurstofconcentrator is een relatief klein meubel op wieltjes dat op elektriciteit werkt. Het haalt zuurstof uit de omgevingslucht en scheidt ze van stikstof. Zuurstofconcentrators zijn goedkoper dan zuurstofflessen en vereisen geen hulp van buitenaf. Nadeel is wel dat ze veel lawaai maken en alleen bruikbaar zijn in een appartement of op de benedenverdieping van een huis. De zuurstofconcentrator wordt slechts terugbetaald onder bepaalde voorwaarden. Bij patiënten die nog regelmatig buitenhuis op stap gaan kunnen ofwel kleine zuurstofflesjes voorzien worden die door de grotere vaste zuurstofconcentrator worden opgevuld, of kan een kleinere draagbare zuurstofconcentrator worden toegevoegd (deze werkt via oplaadbare batterij, autonomie rond de 4 uur afhankelijk van het zuurstofdebiet). - vloeibare zuurstof
Het vaste reservoir, een cilinder van 40 tot 75 kg, blijft bij de patiënt thuis. Het kan vloeibare zuurstof opslaan op een temperatuur van -183°C, en heeft een capaciteit van 20 tot 44 liter, afhankelijk van het materiaal. Het draagbare reservoir kan 0,5 tot 1,2 l vloeibare zuurstof bevatten en gedragen worden met een riem of op een karretje geplaatst worden. Het weegt 2,2 tot 4,5 kg en biedt het voordeel dat de patiënt zich makkelijker kan bewegen. Hij moet het zelf vullen vanaf de vaste bron. Het maakt geen lawaai, is zuinig en biedt een grote autonomie, maar vereist wel regelmatig hulp van een technicus om het vaste reservoir te vullen. Bovendien wordt het ook slechts terugbetaald onder bepaalde voorwaarden.
4. Aanpassen levensstijl
Naast stoppen met roken en het gebruik van de juiste medicatie, zijn er nog andere manieren om COPD-klachten te verlichten en te zorgen voor een goede levenskwaliteit.
- Kinesitherapie en lichaamsbeweging
Tijdens je hospitalisatie zullen de kinesitherapeuten regelmatig bij je langskomen. Zij zullen je begeleiden bij het correct gebruik van je puffer(s). Daarnaast worden er ademhalingsoefeningen uitgelegd en tips gegeven om slijmen beter te kunnen ophalen. Je kan deze oefeningen en tips nalezen in de brochure ‘Kinesitherapie bij COPD’. Maar ook eenmaal terug thuis kan je hieraan verder werken. Door te weinig beweging en veel binnen te zitten, gaat je conditie immers achteruit en krijg je steeds meer klachten. Voldoende beweging zorgt voor getrainde spieren, die minder zuurstof nodig hebben dan ongetrainde spieren. Uiteindelijk worden daardoor de COPD klachten minder of minder ernstig. Aangepaste longrevalidatie kan hierbij zinvol zijn. De dienst kinesitherapie van ons ziekenhuis biedt een gepersonaliseerd ambulant revalidatieprogramma aan. Praat hierover met je arts, kinesitherapeut of verpleegkundige. Je kan hierover ook informatie vinden in een aparte brochure ‘Revalidatie bij COPD’ beschikbaar in het ziekenhuis. - Voeding
Het bereiken én behouden van een voor jou optimaal lichaamsgewicht is eveneens van groot belang. Voor professioneel voedingsadvies kan je onder andere terecht bij de diëtisten van ons ziekenhuis. Ook over ‘Voeding bij COPD’ is er een specifieke brochure ter beschikking. - Preventie
Ter preventie van ernstige complicaties, zoals longontsteking, is het voor elke COPD-patiënt aangewezen zich jaarlijks te laten vaccineren tegen de griep en vijfjaarlijks tegen pneumokokken. Voor de meeste COPD-patiënten is ook vaccinatie tegen het coronavirus ten zeerste aangeraden. Verder kan je bepaalde prikkels (mist, sigarettenrook, parfum, ...) best vermijden.