1. Vóór de ingreep
Volgende zaken neem je mee naar het ziekenhuis:
- Lijst van je thuismedicatie + de medicatie in de originele verpakking voor de eerste dag van je verblijf in het ziekenhuis.
- Ingevulde preoperatieve vragenlijst die je krijgt bij de planning van je ingreep.
Laat kostbare bezittingen thuis.
Je bent nuchter voor de ingreep. Je arts bespreekt vooraf met jou welke medicatie je thuis nog mag innemen.
Schrijf je bij aankomst in het ziekenhuis in aan het onthaal op de eerste verdieping. Daarna ga je naar de verblijfsafdeling N3B. Op de afdeling helpt een verpleegkundige je met de voorbereiding op de operatie (operatiehemd aantrekken, parametercontrole, verwijderen van juwelen en gebitsprothese, …).
2. Tijdens de ingreep
- In de operatiekamer zijn de cardioloog, de chirurg en iemand van de firma die de pacemaker op de markt brengt, aanwezig. We vragen je om je armen en benen stil te houden, je wordt afgedekt met steriele doeken.
- Tijdens de ingreep word je meestal plaatselijk verdoofd, onder je rechter- of linkersleutelbeen. Op die plaats maakt de chirurg een insnede van ongeveer 8 cm. De cardioloog kiest een ader, meestal onder het rechtersleutelbeen, brengt hierin de geleider met de geleidingsdraad in, en schuift hem tot op de juiste plaats in de hartwand. Aan het uiteinde van de elektrode zijn haakjes. De haakjes zetten zich vast in de hartwand en zorgen ervoor dat de elektrode min of meer vastgezet wordt.
- De lokalisatie van de elektroden (= bepalen van de juiste plaats) gebeurt via röntgenbeelden.
- De geleidingsdraad wordt aan de pacemaker bevestigd. De pacemaker zelf wordt juist onder de huid aan het sleutelbeen ingeplant in een klein huidzakje.
- De wonde wordt meestal met strips gehecht en afgedekt met doorkijkverband.
- De ingreep duurt ongeveer één tot anderhalf uur.
- Tijdens de ingreep mag je normaal gezien geen pijn voelen. Heb je toch pijn, zeg dit dan onmiddellijk!
3. Meteen na de ingreep
- Bij terugkomst op je kamer worden je parameters (bloeddruk, hartslag, temperatuur, ademhaling en saturatie) en je verband gecontroleerd.
- Je krijgt een draagdoek waarin je arm kan rusten.
! Je mag je arm NIET boven je hoofd bewegen. Doe je dit wel, dan kunnen de geleidingsdraden zich verplaatsen en niet goed ingroeien. Bewegingen tot op schouderhoogte zijn wel toegestaan. - Een telemetrietoestel wordt aangebracht. Dit toestel zendt continu een electrocardiogram (ECG) door naar een monitor in de verpleegpost.
- Heb je pijn? Vraag dan gerust een pijnstiller.
4. De dagen na de ingreep
- Er worden een elektrocardiogram en een radiografie van de borstkas genomen om te controleren of de geleidingsdraden nog op de juiste plaats zitten.
- De cardioloog voert een pacemaker analyse uit. Dit onderzoek is pijnloos en gebeurt meestal in de onderzoekskamer van de cardioloog. De arts kleeft klevers verbonden met draden op je borst. Dan wordt er een ‘leespen’ op je borst geplaatst. Zo ‘praat’ de computer met je pacemaker en slaat hij verschillende gegevens op. Met deze informatie kan de arts de instelling van de pacemaker controleren.
- Je krijgt een nieuwe afspraak voor een volgende analyse. Dit is meestal 1 à 2 maanden na de plaatsing.