Bij bepaalde hartklachten, draaiduizeligheid of periodes van bewustzijnsverlies zonder direct aanwijsbare oorzaak, kan de arts je aanraden om je voor observatie te laten opnemen in het ziekenhuis, op de afdeling N3B. Deze observatie gebeurt door middel van “telemetrie” (= continue hartmonitoring).
Wat is telemetrie?
Bij telemetrie worden 5 electroden (= klevers met metalen nippel) op je borst gekleefd. Hierop worden geleidingsdraden bevestigd, die verbonden zijn met een klein zendertje dat je rond de hals draagt.
Dit apparaatje seint continu een electrocardiogram (EKG) door naar een monitor (beeldscherm) in onze verpleegpost. De arts en de verpleegkundigen kunnen zo voortdurend je hartritme volgen en afwijkingen opmerken. Deze gegevens worden 72u opgeslagen. Hierdoor kan de arts ‘events’ (afwijkingen of alarmeringen) bestuderen en in verband brengen met jouw klachten. In het systeem is een intelligente bewakingsmodule ingebouwd. Dit houdt in dat zodra er zich bij jou afwijkende ritme- en of geleidingsstoornissen voordoen, een auditief alarm gaat. De verpleegkundige en/of de arts kan dan onmiddellijk reageren.
Waarom telemetrie?
- Het hartritme kan continu gevolgd worden, ook tijdens de nachtrust en bij inspanning.
- Deze monitoring laat de artsen toe na te gaan hoe het hart reageert na toediening van bepaalde medicatie.
- Hartbewaking kan op deze manier ook op een gewone verblijfsafdeling gebeuren zodat niet elke patiënt hiervoor naar Intensieve Zorgen moet. 24 uur-registratie van het EKG-signaal laat de arts toe een verband te leggen tussen enerzijds bepaalde klachtenpatronen en anderzijds bepaalde ritme- en/of geleidingsstoornissen die zich bij je tijdens de telemetrie hebben voorgedaan en waarvan de gegevens in de computer zijn opgeslagen.
- Zodra er zich bij jou een afwijkend ritme- en/of geleidingsstoornis voordoet, gaat er een alarm af waardoor de verpleegkundige en/of arts onmiddellijk kunnen reageren.
Wat mag je als patiënt doen wanneer je aan telemetrie ligt?
- Je mag vrij rondlopen met het toestelletje. Wanneer je de afdeling verlaat, moet je wel de verpleegkundige verwittigen (aangezien het signaal niet verder reikt dan de afdeling).
- Wanneer er klevers en/of een geleidingsdraad loskomen, moet je de verpleegkundige vragen om ze opnieuw te bevestigen.
- Tijdens de ochtendverzorging mag je de verpleegkundige vragen het apparaatje even los te koppelen zodat je je bovenlichaam goed kan wassen.
- Ook voor bepaalde onderzoeken (CT-scan, N.M.R., Isotopen, …) zal men het apparaatje wegnemen. Dit is geen enkel probleem. Het apparaatje moet nadien wel zo snel mogelijk opnieuw worden aangebracht. Vraag hiervoor hulp aan de verpleegkundigen op de afdeling.
Nuttige telefoonnummers
- Afdeling N3B | 052 25 23 81
- Secretariaat Cardiologie | 052 25 29 50
- Afsprakenbureau | 052 25 25 05
- Opnameplanning | 052 25 25 74