Peritoneale dialyse kan door de patiënt zelf of door een verzorgend team, thuis uitgevoerd worden.
Bij peritoneale dialyse wordt het buikvlies gebruikt als filter voor de afvalstoffen uit het bloed. Het buikvlies of peritoneum is een halfdoorlaatbaar vlies dat de buikorganen omgeeft en heel veel kleine bloedvaatjes bevat. Via een kleine operatie onder algemene verdoving wordt een dunne katheter in de buikholte geplaatst die permanent aanwezig blijft. Via deze katheter wordt propere spoelvloeistof (dialysaat) in de buikholte gebracht. De afvalstoffen en het overtollig vocht sijpelen vanuit de bloedvaatjes in het buikvlies naar deze propere vloeistof. Na een tijdje is de spoelvloeistof verzadigd met afvalstoffen. De verzadigde vloeistof wordt dan verwijderd via de katheter. Aansluitend wordt nieuwe spoelvloeistof in de buikholte gebracht om het zuiveringsproces zo min mogelijk te onderbreken.
Er bestaan 2 vormen van peritoneale dialyse:
- Continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD): is de handmatige vorm, zonder machine. Deze wordt 4 keer uitgevoerd tijdens de dag.
- Automatische peritoneale dialyse (APD): de behandeling gebeurt in hoofdzaak ’s nachts met behulp van een toestel of cycler.
Het grote voordeel van peritoneale dialyse is dat de patiënt de behandeling thuis kan uitvoeren. Indien de patiënt in een woonzorgcentrum verblijft, kan deze behandeling ook daar gebeuren, na opleiding van het verzorgend team.
Elke 6 à 8 weken komt de peritoneale dialysepatiënt op raadpleging bij de nefroloog. Zo nodig wordt het therapieschema dan aangepast.