Op onderstaande figuur zie je de vrouwelijke geslachtsorganen en hun ligging in de onderbuik.
De meeste ingrepen betreffen de baarmoeder en de baarmoederhals, minder vaak ook de eierstokken en/of de eileider. De baarmoeder is een holle spier, naar vorm en omvang te vergelijken met een peer die ondersteboven in de buikholte is opgehangen. Ze heeft een opening aan het smalle uitlopende einde naar de ‘baarmoedermond’ of ‘baarmoederhals’ toe. Deze komt uit in de vagina. Het bredere gedeelte van de baarmoeder ligt wat hoger in de buikholte en is links en rechts verbonden met de eileiders. Aan het uiteinde van iedere eileider ligt een eierstok.
De holte in de baarmoeder is bekleed met een slijmvlies dat iedere maand groeit en dikker wordt onder invloed van de hormonen uit de eierstokken. Mocht er een eicel bevrucht worden, dan kan die zich in het dikke baarmoederslijmvlies nestelen. Gebeurt dit niet, dan laat het baarmoederslijmvlies los en wordt het uitgestoten via de baarmoederhals naar de vagina. Dit proces gebeurt ongeveer eens per maand en gaat met een bloeding gepaard: de menstruatie.
De eierstokken, die aan weerszijden van de baarmoeder liggen, zijn andere belangrijke geslachtsorganen. Normale eierstokken zijn zo groot als een walnoot. Niet alleen leveren ze elke maand een eicel (die dan voor bevruchting van de eileiders naar de baarmoeder gaat), maar ze produceren ook de vrouwelijke geslachtshormonen. Deze hormonen hebben veel functies. Ze dragen bij tot het zin hebben in vrijen, hebben invloed op het baarmoederslijmvlies en houden de schede stevig en soepel.
De eierstokken hebben dus een dubbele functie. Ze vervullen niet alleen een essentiële rol bij de voortplanting, maar ook bij het behoud van het normaal evenwicht van de vrouw. Rond het 52ste levensjaar stopt de activiteit van de eierstokken. De vrouw komt dan in de “overgang” of menopauze.
Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik. Ze zitten met bindweefselbanden vast aan het bekken.