Wat is glaucoom?
Glaucoom is een ziekte waarbij de oogzenuwcellen langzaam afsterven, vaak ten gevolge van verhoogde druk. Je merkt de ziekte zelf niet tijdig op, gezien je lang scherp blijft zien en geen pijn ervaart.
Het eerste wat aangetast wordt, is het gezichtsveld (= het beeld dat een oog kan overzien zonder dat het beweegt). Het verraderlijke hieraan is dat zogenaamde ‘blinde vlekken’ niet als zwarte vlekken in je gezichtsveld te zien zijn. De hersenen zullen namelijk tot in een gevorderd stadium van de ziekte de blinde vlekken invullen, zodat het lijkt alsof er niets aan de hand is.
Glaucoom kan leiden tot blindheid! Zodra het oog bijna het volledige gezichtsveld heeft verloren, word je je plots brutaal bewust van je handicap. In een volgend stadium verliest het oog ook nog het laatste restje van het centrale gezichtsveld en is het volledig blind. Meestal zijn beide ogen aangetast, al zal het ene oog meer aangetast zijn dan het andere.
Een behandeling kan helpen om verdere schade te voorkomen, maar de reeds opgelopen schade aan de oogzenuw is onomkeerbaar en blijvend. Eens boven de 40 jaar is het dan ook absoluut aan te raden om regelmatig op controle te gaan bij de oogarts. Een preventieve controle kan je helpen om glaucoom in een vroeg stadium te detecteren en mogelijke schade te voorkomen.
Wie kan glaucoom krijgen?
Glaucoom treedt meestal op vanaf de leeftijd van 40 jaar. De kans op de ziekte stijgt naarmate je ouder wordt. Indien iemand binnen je familie glaucoom heeft, heb je beduidend meer kans om glaucoom te krijgen. Aarzel in dit geval niet om naar de oogarts te gaan.
Onderzoeken bij glaucoom
- Meting van de oogdruk
Er zijn twee manieren om de oogdruk te meten:
- Het oog wordt verdoofd door middel van een druppeltje, de druk wordt gemeten met een tonometer.
- Het oog wordt ingedrukt door een luchtstoot. Deze methode is iets minder nauwkeurig dan de eerste.
- Beoordeling van de oogzenuw
Om de oogzenuw te ‘beoordelen’ bekijkt men de uitholling ervan. Indien nodig worden er ook foto’s van gemaakt. Toenemende uitholling bij opeenvolgende consultaties bij de oogarts, is een teken van glaucoom.
- Gezichtsveldonderzoek
Voor dit onderzoek maakt men gebruik van een 'perimeter'. Dit is een koepel waarin één voor één lichtpunten worden geprojecteerd. Terwijl je naar een centraal punt kijkt, duw je op een knop telkens je een lichtpuntje ziet. De gegevens worden door een computer verwerkt. Met behulp van dit onderzoek kunnen vroegtijdig ‘blinde zones’ opgespoord worden, lang voor je ze zelf opmerkt.
Behandeling van glaucoom
Eens je glaucoom hebt, moet je regelmatig op controle gaan bij de oogarts. De behandelingen kunnen jouw toestand enkel stabiliseren, niet genezen. Soms moet na verloop van tijd de behandeling aangepast worden om verdere achteruitgang te voorkomen.
Er zijn drie mogelijke behandelingen:
- Oogdruppels: het voorgeschreven product moet je elke dag indruppelen, best steeds rond hetzelfde tijdstip. Tip: het kan helpen om het indruppelen te koppelen aan een andere dagelijkse activiteit - zoals het poetsen van de tanden - om te voorkomen dat je het zou vergeten. Soms zijn er meerdere soorten druppels nodig. In dit geval laat je best minimum 5 minuten tussen de verschillende soorten. Opgepast: na opening zijn flesjes met oogdruppels één maand houdbaar (tenzij anders vermeld op de verpakking).
- Laserbehandeling: wanneer de oogdruk onvoldoende daalt met oogdruppels, kan soms een laserbehandeling overwogen worden (ter vervanging van of bijkomend aan de oogdruppels). Ter voorbereiding krijg je oogdruppels, die minimum 20 minuten moeten inwerken. De eigenlijke laserbehandeling duurt slechts enkele minuten en is zo goed als pijnloos. Let op: na de behandeling is het mogelijk dat je zicht tijdelijk verminderd is. Voorzie dus vervoer van en naar het ziekenhuis.
- Operatie: wanneer de oogdruppels en/of laserbehandeling onvoldoende resultaat geven, moet er geopereerd worden. Tijdens de operatie wordt er een nieuw afvoerkanaal gemaakt waarlangs het teveel aan oogvocht naar de bloedbaan kan. De operatie heeft als doel de druk te verlagen zodat er geen drukverlagende druppels meer nodig zijn.
Zoals bij elke operatie is er een kans op complicaties, onder andere infecties en cataract. De eerste maand na de operatie is er dan ook bijna wekelijks een controle. In 30% van de gevallen moet er toch opnieuw met oogdruppels gestart worden. Bij 10% is (soms na jaren) een nieuwe ingreep noodzakelijk.