Wat is een klaplong?
Longvliezen
Onze longen zijn omgeven door de zogenaamde longvliezen. Dit zijn twee dunne, soepele vliezen. Eén vlies bekleedt de longen, het andere de binnenkant van de borstkaswand. De ruimte tussen die twee vliezen wordt de pleuraholte genoemd. Deze holte is luchtdicht (vacuüm) afgesloten. In de pleuraholte bevindt zich normaal slechts een kleine hoeveelheid vocht dat de vliezen glad maakt, zodat deze bij elke ademhaling soepel langs elkaar heen glijden.
Klaplong
Bij een klaplong stroomt er lucht in de pleuraholte, waardoor er geen sprake meer is van een vacuüm. Hierdoor klapt de long samen en ontplooit ze zich niet meer tijdens de ademhaling. De lucht die in de pleuraholte stroomt, kan afkomstig zijn van een lek in de long zelf (gesloten klaplong) of kan van buiten het lichaam komen (open klaplong).
Hoe ontstaat een klaplong?
Een klaplong kan diverse oorzaken hebben:
Spontane klaplong
- ontstaat zonder aanwijsbare oorzaak
- treft vaak jonge, grote, magere mensen (de precieze reden hiervan is niet bekend)
- treft vaker mannen dan vrouwen
- komt vaker voor bij rokers dan bij niet-rokers
- is een gesloten klaplong
Symptomatische klaplong
- ontstaat door een onderliggende aandoening (bijvoorbeeld COPD)
- is een gesloten klaplong
Traumatische klaplong
- ontstaat door een ongeluk (trauma), waarbij een verbinding ontstaat tussen pleuraholte en long (gesloten) of pleuraholte en buitenlucht (open). Ook een combinatie van beide is mogelijk.
- meestal gaat het hier om een gesloten klaplong (bijvoorbeeld: een gebroken rib doorboort het longweefsel, waardoor lucht vanuit de long in de pleuraholte komt die er niet meer uit raakt; de borstkaswand blijft echter wel intact).
- soms kan het ook om een open klaplong gaan, wanneer er een opening ontstaat tussen de buitenlucht en de pleuraholte (bijvoorbeeld: een messteek maakt een opening door de borstkaswand naar de pleuraholte toe).
Iatrogene klaplong
- ontstaat ten gevolge van een medische ingreep, zoals een punctie van de long, het inbrengen van een katheter of het inbrengen van een pacemaker.
- is een gesloten klaplong (door het medisch materiaal wordt een klein lek in de long veroorzaakt).
Hoe wordt een klaplong aangetoond?
De diagnose wordt gesteld door klinisch onderzoek en aan de hand van een röntgenfoto van de borstkas of een CT-scan. Het risico op een spontane klaplong is groter:
- bij personen die roken
- bij personen met een lange, magere lichaamsbouw
- bij mannen
- bij personen die vroeger al eens een spontane klaplong gehad hebben
- bij personen die forse drukverhogende momenten doormaken (bijvoorbeeld bij duiken)
Welke klachten treden op bij een klaplong?
De klachten bij een klaplong variëren van matige kortademigheid en pijn tot ernstige kortademigheid en pijn in de borst. De klachten hangen af van de hoeveelheid lucht die de pleuraholte binnenstroomt en van de mate waarin de long inklapt. Indien je een vooraf bestaande longziekte hebt, zal de kortademigheid ook meer uitgesproken zijn. Het is ook mogelijk dat je pijn in de nek, schouder of buik voelt, en soms is ook sprake van een droge hoest. Bij een klaplong die langzaam ontstaat, zijn de klachten vaak minder hevig dan bij een plots optredende klaplong.
Behandeling
De behandeling hangt af van de mate waarin de long is ingeklapt. Een kleine klaplong hoeft meestal niet behandeld te worden. Enkele dagen rust volstaan dan. Normaal gesproken neemt het lichaam de lucht uit de pleuraholte in een paar dagen spontaan op. Soms beslist de arts dat een ziekenhuisopname nodig is om zuurstof toe te dienen of omdat een grote klaplong zou kunnen ontstaan. Door toediening van de zuurstof zal de klaplong ook sneller verdwijnen.
Eénmalige aspiratie (opzuigen) van lucht uit de pleuraholte
Bij een grote klaplong probeert de longarts soms via een katheter (= fijn buisje) lucht uit de pleuraholte te zuigen. Na een plaatselijke verdoving brengt hij via een kleine prik doorheen de borstkaswand de katheter in de pleuraholte, en probeert hij de daar aanwezige lucht op te zuigen. Wanneer de controle-röntgenfoto aantoont dat de long (bijna) ontplooid is, kan je nog dezelfde dag naar huis. Is de long na deze ingreep toch niet voldoende ontplooid, dan kan een drainagesysteem worden aangesloten. In dat geval is verdere hospitalisatie wel noodzakelijk.
Drainage
Bij een grote klaplong wordt onder plaatselijke verdoving een drain (plastic buisje) in de pleuraholte gebracht. Met die drain wordt lucht weggezogen. Zo ontstaat opnieuw een vacuüm, waardoor de long zich weer kan ontplooien. De drain wordt met een slang aangesloten op een zuigsysteem met een waterslot, zodat de afgezogen lucht wél naar buiten kan, maar niet meer in het lichaam kan (de pleuraholte). Dit heet ‘actieve drainage’.
Wanneer de arts beslist dat actieve aanzuiging niet meer nodig is, wordt de drain op ‘waterslot’ gezet. Dit heet ‘passieve drainage’. Er kan dan wel nog lucht en/of vocht via de drain aflopen naar het drainagesysteem, maar die kunnen niet meer terug. Vandaar de term ‘waterslot’.
Om te kunnen beoordelen of de long zich goed ontplooit, worden dagelijks longfoto’s genomen. Als op de foto blijkt dat de long zich goed ontplooit én als er geen lucht meer vanuit de pleuraholte ontsnapt, dan wordt de drain afgeklemd. Dit gebeurt met behulp van een schuifklem. Wanneer de volgende dag de long mooi ontplooid blijft, kan de drain worden verwijderd. De arts voert deze kleine ingreep op je kamer uit, en ze verloopt vrijwel pijnloos.
Kijkoperatie (= thoracoscopie)
Als blijkt dat, ondanks de drainage, de klaplong toch niet uit zichzelf geneest en er een luchtlek blijft bestaan, of wanneer zich in de toekomst opnieuw een klaplong voordoet, kan een kijkoperatie nodig zijn. Deze ingreep gebeurt onder volledige verdoving. Hierbij worden via kleine insneden tussen de ribben een kijkbuis en werkkanalen aangebracht. Zo kan men in de borstholte kijken; via de werkkanalen worden instrumenten ingebracht om de eigenlijke operatie uit te voeren.
De ingreep bestaat uit het gedeeltelijk verwijderen van het longvlies tegen de borstkas zodat de long naderhand verkleeft met de borstkaswand. Soms moeten ook zwakke plekken ter hoogte van de longen dichtgeniet worden. Meestal wordt ook steriele talk gebruikt om de verkleving nog te versterken. De kans op een nieuwe klaplong is na deze ingreep bijna onbestaande.
Bedrust
Zolang er sprake is van actieve drainage, blijf je het best zo veel mogelijk in bed. Je kan wel naast het bed staan, op de bedrand of op een stoel zitten, maar niet vrijuit rondlopen. Je zal je ook, eventueel met hulp, in bed moeten wassen. In geval van een passieve drainage heb je iets meer bewegingsvrijheid. Het is echter niet de bedoeling dat je uitgebreid gaat rondlopen. Douchen is in deze situatie ook uitgesloten.
Pijnstilling
Wanneer de thoraxdrain is ingebracht, krijg je op vaste tijdstippen pijnstillers omdat:
- tijdens het bewegen de drain pijn kan veroorzaken
- bij een klaplong diep ademhalen en hoesten pijnlijk kan zijn. Het is wel belangrijk dat je goed blijft doorademen en dat je slijm kan ophoesten om een luchtweginfectie of longontsteking te voorkomen
- je aan de kant van de thoraxdrain pijn kan krijgen aan je arm of schouder. Door de pijn zal je de neiging hebben om minder te bewegen en je arm of schouder te ontzien. Toch is bewegen belangrijk: wanneer je de arm en schouder niet gebruikt, wordt het bewegen steeds maar pijnlijker en worden je arm en schouder steeds maar stijver.
Complicaties
Obstipatie / verstopping
Omdat je je met een thoraxdrain niet veel kan bewegen of als bijwerking van bepaalde pijnstillers, kan je mogelijk last krijgen van darmverstopping (= obstipatie), en zal je bijvoorbeeld harder moeten persen om stoelgang te kunnen maken. Tijdens het persen komt er meer druk op de borstholte, wat voor het herstel van een klaplong het best kan worden vermeden. Als je last hebt van een moeilijke stoelgang, kan je hiervoor een laxeermiddel krijgen in de vorm van poeder of siroop.
Trombose
Omdat je minder kan bewegen, heb je een verhoogde kans op trombosevorming. Dit wordt veroorzaakt door een kleine bloedprop of bloedstolsel die een bloedvat kunnen verstoppen. Om dit te voorkomen, krijg je dagelijks een bloedverdunner toegediend via een onderhuidse inspuiting.
Ontslag
Vóór je ontslag beoordeelt de arts nogmaals je long aan de hand van een röntgenfoto. Als je long goed is ontplooid, mag je weer naar huis. Eventuele hechtingen moeten worden verwijderd op de zevende dag na het wegnemen van de drain. Ben je nog opgenomen in het ziekenhuis, dan doet een verpleegkundige dit. Als je al terug thuis bent, dan kan je hiervoor een afspraak maken bij de huisarts.
Controleafspraak
Na ongeveer 4 à 8 weken kom je voor controle op consultatie bij je longarts. De afspraak hiervoor krijg je van de verpleegkundige. Je dient een 30-tal minuten voor de raadpleging ook een controle-longfoto te laten nemen (een aanvraag wordt meegegeven). Je krijgt een brief voor de huisarts en een medicatieschema voor eventuele pijnstilling mee naar huis.
Nazorg
Roken is uiteraard altijd ten stelligste af te raden!
Eenmaal thuis kan je de druk op je borst het best zoveel mogelijk vermijden door het toepassen van de volgende leefregels:
- de eerste 1 à 2 weken na ontslag uit het ziekenhuis:
- vermijd inspanning zoals tillen, trekken en overmatige bewegingen
- je mag niet met het vliegtuig reizen
- gedurende 4 weken na ontslag uit het ziekenhuis:
- doe geen zwaar (huishoudelijk) werk bijvoorbeeld stofzuigen of ramen zemen
- je mag niet zwaar tillen
- je mag geen blaasinstrumenten bespelen
- hervatten werkzaamheden en activiteiten:
- na 4 weken kan je weer sporten en lichamelijke arbeid hervatten
- indien je zittend werk hebt, dan kan je - in overleg met je longarts - vaak wat sneller terug aan het werk
- duiken wordt voor de rest van je leven afgeraden (snorkelen mag wel)
Bij toenemende activiteiten kan je pijn ervaren. Dit wordt veroorzaakt door kleine littekens die tijdens een inspanning geïrriteerd worden. Deze klachten zijn onschuldig en verdwijnen op den duur.
Wanneer moet je jouw arts contacteren?
Wanneer je na ontslag een of meer van onderstaande klachten vaststelt, raadpleeg dan zo vlug mogelijk je (huis)arts:
- koorts (lichaamstemperatuur hoger dan 38,5°C)
- toenemende roodheid en pijn bij het wondje van de drain
- zware kortademigheid en/of erge en blijvende pijn op de borstkas