Algemene adviezen
Je eet best zo gevarieerd mogelijk. Zo krijg je de voedingsstoffen binnen die je lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren:
- Koolhydraten (zetmeel en suikers): geven energie
- Vetten: zorgen voor energie en andere bouwstoffen
- Eiwitten: zorgen voor de opbouw en het behoud van de spiermassa
- Vitaminen en mineralen: zijn belangrijk voor het functioneren van het lichaam en voor de opbouw van weefsel
- Vocht: zorgt voor het transport in het lichaam, nodig als vochtreserve en om uitdroging te voorkomen.
Longpatiënten hebben een verhoogde behoefte aan voeding in vergelijking met een gezond persoon. Bijna elke COPD-patiënt moet een strijd leveren om een gezond gewicht te bekomen. Zowel gewicht verliezen als gewicht bijkomen is door de kortademigheid, de mogelijk slechte eetlust, de slijmvorming en vermoeidheid meestal een hele opgave. Toch is het uiterst belangrijk dat je je gezond voedt, hoe moeilijk dat soms ook is.
In de tabel hieronder zie je hoeveel voeding een gezond persoon en een longpatiënt dagelijks nodig hebben. De meeste patiënten met COPD hebben, naast de gewone aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, behoefte aan extra energie: ongeveer 600 calorieën extra. Dit staat gelijk aan 3 belegde boterhammen + 1 glas melk + 2 aardappelen.
Je lichaamsgewicht wordt beoordeeld aan de hand van de BMI (Body Mass Index), dit is de verhouding van je gewicht ten opzichte van je lichaamslengte in het kwadraat.
Een ideaal gewicht situeert zich rond een BMI van 25. Bij een BMI hoger dan 30 moet je eerst streven naar een beter gewicht. Dit kan door gezonde voeding te gebruiken en niet energieverrijkt te eten.
Tabel: aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voedsel voor gezonde volwassenen en de extra hoeveelheid bij COPD
| Voedsel | Aanbevolen hoeveelheid | Extra bij COPD |
|---|---|---|
| Brood | 5-7 sneetjes | 3 sneetjes |
| Boter of margarine | 5 gram per sneetje | 5 gram per sneetje |
| Melk en melkproducten | 2-3 glazen | 1 glas |
| Kaas | 1-2 plakjes | 3 plakjes |
| Vlees, vis, kip of eieren | 100g (75g gaar product) | |
| Vleeswaren | 1-2 plakjes (15-30g) | |
| Margarine/olie | 15g (voor bereidingen) | |
| Aardappelen/pasta/rijst | 3-5 stuks (150-250g)/3-5 lepels (150-250g) | 2 stuks |
| Groenten | 3-4 opscheplepels | |
| Fruit | 2 stuks | |
| Vocht | Minimaal 1,5 liter |
Wellicht kunnen de volgende tips helpen
Als je kortademig of vermoeid bent:
- Rust voor het eten.
- Eet vaker kleinere porties.
- Neem een goede houding en ademhalingstechniek aan tijdens het eten.
- Eet langzaam en kauw goed. Slik een hap in één keer door, haal diep adem voordat je een volgende hap neemt.
- Eet voedsel dat makkelijk te kauwen is. Zacht voedsel is het gemakkelijkst te eten omdat er minder op gekauwd hoeft te worden.
- Maak eenvoudig te bereiden maaltijden of doe een beroep op een bezorgservice.
- Neem je medicatie op de juiste tijd en op de juiste wijze in.
- Krijg je zuurstof toegediend? Gebruik deze dan ook verder gedurende de maaltijd.
Indien je een verminderde eetlust hebt:
- Bereid maaltijden die er smakelijk uitzien en lekker ruiken en zorg voor voldoende variatie.
- Gebruik de hoofdmaaltijd op het tijdstip van de dag waarop je je het best voelt.
- Drink een half uur voor de maaltijd een beetje bouillon. Dit wekt de eetlust op. Drink geen bouillon vlak voordat je gaat eten.
Indien je last hebt van een droge mond:
- Kauw je voedsel goed; dit produceert meer speeksel in de mond.
- Drink bij iedere hap voedsel een klein beetje en houd altijd iets te drinken bij de hand.
- Gebruik veel jus of saus bij je warme maaltijd.
- Beleg je boterhammen met een smeerbaar, zacht beleg.
Bij slijmvorming in de mond:
Sommige voedingsmiddelen geven je een plakkerig gevoel in de mond. Dit slijm is niet hetzelfde slijm als wordt geproduceerd door de luchtwegen. Je kan het volgende doen aan deze slijmvorming:
- Spoel je mond na het eten of neem onder het eten geregeld een slokje (bij voorkeur iets ‘zuurs’; sinaasappelsap, citroenthee).
- Geef de voorkeur aan zure melkproducten; karnemelk, yoghurt en zure room. Deze stimuleren minder slijmvorming dan melk. Let wel op dat je de melkproducten niet weglaat uit je dagelijkse voeding.
Wanneer je slijm ophoest, is het vooral belangrijk dat je voldoende drinkt.
Bij snelle verzadiging (vol gevoel):
Wat de oorzaak is van een opgeblazen gevoel, is vaak niet duidelijk. Mogelijke oorzaken zijn kortademigheid tijdens het eten, gehaast eten, weinig lichaamsbeweging en gasvormende voedingsmiddelen. Je kan het volgende doen om een snelle verzadiging te voorkomen:
- Eet langzaam, kauw goed. Neem de tijd om de maaltijd te nuttigen.
- Vermijd het gebruik van gasvormende voedingsmiddelen (zoals bijvoorbeeld uien, spruitjes, koolsoorten, koolzuurhoudende dranken en/of bier).
- Gebruik voedsel dat zo snel mogelijk de maag passeert (kleine hoeveelheden, koude producten of producten op kamertemperatuur en vloeibare voedingsmiddelen).
Zorg voor een goede conditie
Mensen met COPD hebben voortdurend last van hun aandoening, vooral van kortademigheid na het uitvoeren van dagelijkse bezigheden of soms zelfs al in rust. Ook luchtweginfecties kunnen extra last geven. Tenslotte hebben mensen met COPD vaak last van een snelle vermoeidheid van de spieren. Dit soort klachten kunnen niet altijd voldoende worden verholpen met behulp van medicijnen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de longfunctie, maar ook naar je algehele lichamelijke conditie. Een goede voedingstoestand en een goede lichamelijke conditie kunnen deze klachten helpen verlichten. Het ademhalen wordt makkelijker en het bewegen en/of eten minder vermoeiend. Aangepaste voeding in combinatie met bewegingstherapie kan de algemene lichaamsconditie van de patiënt verbeteren.
Zorg voor een goed gewicht
Het is zeer belangrijk om op een goed gewicht te blijven. Ongewenst gewichtsverlies komt bij longpatiënten geregeld voor, ook al eet je normaal. Je verbruikt immers extra veel energie voor de ademhaling, maar ook voor de ziektegebonden mechanismen (ontstekingen, inname van bepaalde geneesmiddelen) die meer energie vragen van het lichaam. Gewichtsverlies betekent verlies van vetmassa én verlies van spiermassa. Je verliest de kracht in je arm- en beenspieren, en in je ademhalingsspieren waardoor het ademhalen nóg moeilijker gaat en je snel moe wordt van het uitvoeren van algemene dagelijkse handelingen.
Als je teveel gewicht verliest, kan dit bovendien de werking van het immuunsysteem beïnvloeden. Je weerstand neemt af. Dit betekent dat je eerder vatbaar wordt voor andere ziektes. Goede voeding is noodzakelijk om in conditie te komen en te blijven, maar ook om op gewicht te blijven. Gezien de chronische aard van COPD is er een langere dieetopvolging nodig.
Vraag naar de volledige brochure van voeding bij COPD voor meer informatie.