Slaaplabo

    Iedereen heeft al eens een slechte nacht. 
    Dan voelt u zich de volgende dag misschien moe en prikkelbaar en verloopt alles iets minder vlot dan gewoonlijk. Dit is geen ramp: dit soort slaaptekort haalt u meestal snel in. 
    Wanneer u echter nachten lang slecht slaapt en merkt dat dit uw dagelijks functioneren blijft verstoren, kan een slaaponderzoek nuttig zijn om een goede diagnose van uw slaapproblemen te stellen. 

    Wanneer zoekt u best hulp?

    • wanneer u nachtenlang slecht slaapt zonder duidelijke aanwijsbare oorzaak
    • wanneer u dagenlang moe, prikkelbaar of suf bent en u de indruk hebt niet meer optimaal te kunnen functioneren
    • wanneer u overdag herhaaldelijk gemakkelijk in slaap valt, ook op ongepaste momenten, bijvoorbeeld als chauffeur in de wagen, tijdens een vergadering,…
    • wanneer u herhaaldelijk slecht kan inslapen en meermaals wakker wordt in de loop van de nacht
    • indien u snurkt - in combinatie met moeheid of overdreven slaperigheid overdag
    • indien uw partner vaststelt dat u herhaaldelijk stopt met ademen tijdens de slaap of dat u rare geluiden maakt tijdens de slaap
    • bij rusteloze benen en moeheid of overdreven slaperigheid overdag
    • bij ongewone bewegingen of kortademigheid ’s nachts

    Slaap en slaaptips

    • Hoe verloopt een 'normale' slaap? 
    • Hoeveel slaap heeft u nodig
    • Waarom slaapt u soms slecht?
    • Welke tips helpen om goed te kunnen slapen?

    In onze brochure 'Slaapwel!' vindt u een antwoord op bovenstaande vragen.
    Klik hier om de brochure te openen (pdf).

    Slaapproblemen

    obstructief slaapapnoesyndroom

    Bij obstructieve slaapapneu is er sprake van adempauzes die het gevolg zijn van het afsluiten (=obstructie) van de neus/keelholte. Het is de meest frequente diagnose in ons slaaplabo. Het gaat meestal om mensen die vaak heel erg luid snurken en overdag moe zijn, verstrooid, weinig geconcentreerd en makkelijk in slaap vallen (bijvoorbeeld in het verkeer).

    Oorzaak
    De klachten worden veroorzaakt door een (bijna) volledige afsluiting van de bovenste luchtweg ter hoogte van huig, keel, tongbasis of strottenhoofd tijdens het slapen. Dit gebeurt meerdere malen per nacht; men spreekt van een ernstig slaapapnoesyndroom van zodra dit meer dan 30 maal per uur gebeurt.

    Tijdens deze apnoes houdt het snurken op (stilte!). Het zuurstofgehalte daalt in het bloed. Hierdoor worden de ademhalingscentra ter hoogte van de hersenen gealarmeerd, deze stimuleren de ademhalingsspieren tot grotere inzet. Door deze verhoogde ademhalingsarbeid en door de alarmsignalen naar de hersenen, wordt de patiënt telkens kort wakker en kan de ademhaling herstarten, meestal met een luid snurkend of zuigend geluid.

    Dit proces kan zich soms tot meer dan 500 keer per nacht herhalen en hierdoor is er nooit een diepe en verkwikkende slaap en kunnen deze mensen zich heel erg moe en slaperig voelen overdag.

    Bij slaapapneu is er een verhoogd risico op:

    • hartinfarct
    • hoge bloeddruk
    • beroertes (CVA’s)
    • hartritmestoornissen

    Behandelmogelijkheden

    • nasale CPAP (Continous Positive Airway Pressure): 
      hierbij wordt er gedurende de hele nacht via een neusmasker d.m.v. een eenvoudig beademingstoestel positieve druk geleverd ter hoogte van de bovenste luchtweg, waardoor deze niet meer kan dichtvallen. Naast deze behandeling is meestal ook vermagering aangewezen.
    • mondapparaatje (in milde gevallen): 
      hierbij worden de onderkaak en de tong naar voor getrokken om op die manier obstructie te vermijden.
    • Heelkunde (bij duidelijke afwijkingen van de keelholte) door een neus-keel-oor-arts.

    periodieke beenbewegingen

    Hierbij zijn er, meestal in de eerste helft van de slaap, korte ongecontroleerde beenbewegingen.

    Deze herhalen zich met een interval van 15 tot 45 seconden en kunnen worden gevolgd door een korte ontwaak-episode. De patiënt is zich hier niet altijd bewust van. Door deze beenbewegingen is er vaak slaperigheid en/of vermoeidheid overdag.

    Vaak hebben deze mensen vóór het slapengaan last van rusteloze benen: men heeft de neiging met de benen te bewegen omwille van een vervelend, moeilijk te omschrijven gevoel in de benen dat enkel voorkomt als men in een rustige houding zit.

    De behandeling is meestal medicamenteus. 

    MSLT onderzoek

    In sommige gevallen zal u gevraagd worden om ook de dag ná het slaaponderzoek in het ziekenhuis te blijven. Dit is voor de zogenaamde Multiple Slaap Latentie Test (MSLT). Bij deze MSLT wordt gevraagd om overdag 4 dutjes van telkens 20 minuten te doen. Hierbij wordt nagegaan of er in deze dutjes effectieve slaap voorkomt én hoelang het duurt vooraleer u in slaap valt (= slaaplatentie).

    De registratie-elektroden worden de nacht na het slaaponderzoek slechts gedeeltelijk verwijderd.

    U zal een dutje moeten doen om 9u, 11u, 13u en 15u (een verpleegkundige houdt deze tijden voor u in de gaten). Wanneer u aan het dutje begint:

    • doet u de deur van de kamer dicht
    • doet u de gordijnen dicht
    • zet u de TV uit
    • gaat u in bed liggen
    • en probeert u te slapen.

    U hoeft zich geen zorgen te maken als u niet of weinig kan slapen: dit is normaal!

    Tussen de dutjes door, gaat u uit bed en probeert u iets actief te doen (lezen, TV kijken, …). 

    Rond 16u kan u naar huis gaan.

    Team van het slaaplabo

    Artsen

    Psychologe

    • Hanne Raets

    Afspraken

    Centraal afsprakenbureau
    Kroonveldlaan 50, 9200 Dendermonde
    08.00 - 20.00 uur
    052 25 25 05